Vicky maakt het verschil

Vicky, de zwarte Labrador van Micha en Judith, begroet me heel enthousiast vanaf de voordeur tot in de huiskamer. Als ik aan tafel zit blijft ze met haar snuit contact met me maken totdat Micha haar tot de orde roept. Vicky is de allereerste hond die voor DMD werkt, sinds de oprichting van de stichting door Judith en Micha, in het najaar van 2007. Ik zit hier, in positieve zin, in het hol van de leeuw, en begin met de eerste vraag aan Micha:

 Hoe kwamen jullie op het idee om Dogs Make a Difference op te richten?

Micha: ‘We liepen al heel lang rond met het idee om een organisatie te starten met  vrijwilligers die met hun honden op bezoek zouden gaan bij kwetsbare mensen die daar plezier aan beleven. Het idee kwam van Judith: het was voor haar een manier om in contact te blijven met haar oorspronkelijke beroep als bioloog. En om iets goeds te doen voor onze medemens.

Het idee zat jarenlang in ons hoofd. Toen kwam de volgende stap, namelijk een bezoek bij een vrouw in Amerika die zelf een dergelijke organisatie had. In Amerika doen ze dit al veel langer en daar is dus veel ervaring met deze activiteit. De vrouw die we bezochten was joods, sprak Hebreeuws, was een schoonheid, en werkte met honden. Ideale combinatie. Ze deed mee aan schoonheidswedstrijden en gebruikte haar bekendheid ook voor haar activiteit met honden. We hebben haar uitgebreid gesproken, begin deze eeuw, in Santa Monica, een idyllische plaats aan de westkust van de VS. Haar eigen hond was een soort mopshond, wit met vlekken, en zijn naam was Boeddha.

Wij dachten: als zij dat kan, kunnen wij ’t ook.’

 

Heb je altijd al honden gehad?

‘Ik houd van honden, al vanaf mijn vroege jeugd. We hadden een hond in de kibboets, in Israël, waar ik opgroeide. Toen ik zes jaar was, bracht mijn vader een keer een hond mee, vanaf zijn werk in Jeruzalem, naar huis. Een poedel. De hond bleef bij mijn ouders in hun kleine woonruimte. Ik woonde niet bij mijn ouders maar in een groep met leeftijdsgenoten. Maar als ik naar mijn ouders ging kon ik met de poedel spelen. Hij blafte veel, en vooral tegen slechte mensen. Ik vond dat fantastisch, maar de mensen tegen wie hij blafte niet natuurlijk.

Judith en ik kwamen in 1980 vanuit Israël naar Nederland, en hadden jarenlang katten. Hier in de Vriendschapslaan, waar we twintig jaar geleden neerstreken, hadden we een zwarte Groenendaler, Yoko. Want onze beide kinderen wilden graag een hond. We zeiden: als je in vijftien verschillende talen tot tien kan tellen dan krijg je een hond. Dat kon onze dochter heel snel. Dus toen kwam Yoko. Voor ons was Yoko een knuffelhond, maar niet voor de postbodes… – ze was bang en bijterig naar vreemden toe. De opvolger van Yoko is Vicky. En Vicky hebben we genomen met het idee om met haar op bezoek te gaan bij mensen. Dus bij het uitzoeken van een geschikte hond was het heel belangrijk om de goede hond te kiezen. Dat was mijn taak: een goede hond uitkiezen. Nou, daar had ik helemaal geen ervaring mee.

Wij kwamen bij een fokker van Labradors, in een dorpje in Limburg. Hij had een nest en Vicky was de laatste van het nest van zes puppy’s die allemaal al weg waren op dit ene hondje na. Niemand wilde haar omdat ze nogal klein was. Wij vonden dat geen bezwaar.

Zo hebben we Vicky genomen. Ik heb veel geluk gehad, misschien met hulp van boven, want het bleek dat Vicky een perfecte hond is voor onze bezoeken.

Hier in huis is Vicky niet perfect, ze is druk, opgewekt en enthousiast, vooral naar bezoekers toe. Ze eist je aandacht op, op een opdringerige manier. Maar zodra ik met haar op pad ga, dan is ze rustig. Meteen. Ze gaat mee naar allerlei verschillende doelgroepen en gedraagt zich altijd en overal heel beheerst. Op de een of andere manier weet ze dat ze niet druk mag zijn als ze werkt.’

 

Welke bezoeken doet Vicky zoal?

‘Deze week heeft ze het druk, we gaan driemaal op bezoek. Gisteren waren we in een psychiatrische instelling in de regio. Daar waren we onder andere bij een groepje van drie jongeren met psychische problemen. De vraag is: kunnen honden deze jongeren helpen? Mijn antwoord is absoluut: ja. Elke keer opnieuw zie ik dat. Ik ben orthopedagoog en heb ervaring met honden. Ik volg en ontwikkel een bepaalde methode.

Ik doe de jongeren iets voor met de hond en daarna doen ze ’t mij een voor een na. Na de activiteit praat ik erover: hoe het ging, wat gebeurde er. Dan komt de volgende stap, die draait om de vraag waarom het belangrijk is dat de jongeren contact met de hond hebben. Uit het contact tussen mens en hond kunnen de jongeren iets leren over het contact tussen mens en mens. Daar gaat het uiteindelijk om bij deze bezoeken. Bijvoorbeeld: een hond reageert goed op een commando. Vicky gaat zitten bij het commando ‘zit’. Ik vraag aan de jongeren of het verstandig is om met mensen te praten in commando’s. ‘Nee, bij mensen kun je beter geen commando’s gebruiken,’ antwoordt een van hen. Dan vraag ik verder: Wat dan wel, en hoe? Ik praat hierover met de jongeren, niet door zelf te vertellen hoe het dan wel moet, maar door hen vragen te stellen, zodat zij zelf het antwoord geven.’

Dus hier is het contact met de hond onderdeel van behandeling?

‘Ja, dit is een vorm van wat we noemen Animal Assisted Therapy. De bedoeling is dat het contact met de hond bijdraagt aan verbetering van de psychische gezondheid van de jongeren. Dit is allemaal in ontwikkeling. De resultaten worden vastgelegd door een groep studenten van de HAN. Ze hebben bijvoorbeeld ook een kaart gemaakt met een schuifje erop, waarmee de jongere kan aangeven hoe hij of zij zich voelt, vóór en na het bezoek van Vicky: blij, neutraal of somber, of iets ertussen in. Heel vaak is een jongere na afloop blijer dan vooraf. Een jongen heeft ons eens gezegd dat hij alles wat hij in de instelling geleerd heeft, van onze hond heeft geleerd. En dat hij het niet meer vergeet en het geleerde ook gaat toepassen. En dat hij een hond wil hebben.’

 

Welke bezoeken heb je nog meer deze week?

‘Vanmiddag gaan we naar een groep dementerende ouderen, in Spijkenisse. Vicky zal haar best doen, want ze heeft al ervaring met deze doelgroep: eenmaal per maand komen we in een verzorgingshuis in Wijchen. Mannen en vrouwen zitten in een halve cirkel, te dommelen. Je ziet eerst één oog opengaan en dan het andere. Dan komen de reacties, sommigen zeggen “konijn”, maar ik zeg dat het een hond is. Vervolgens komen de vragen: “Hoe heet hij?”, “Hoe oud is hij?” Ze beginnen wakker te worden en te vertellen over honden, over hun eigen hond. Vicky loopt rond, heel eenvoudig. Soms doe ik een trucje, een high five. Grote hilariteit. Een vrouw zei eens: “Laat de hond maar hier voor mij!” ’

Ondertussen krijg ik weer een snuit tussen mijn arm en zij geduwd, het lijkt wel of Vicky mij ook iets wil zeggen.

 

‘Op vrijdag gaan we altijd naar Lange Vierhout, een dagactiviteitencentrum voor verstandelijk/lichamelijk gehandicapten, hier in Nijmegen. Een groep van acht volwassenen wacht op ons. Ze zitten verspreid in de ruimte, twee blinden, iemand in een rolstoel, enkelen kunnen praten, anderen niet. Maar: ze weten wat er gaat gebeuren. Vicky komt binnen aan de lijn, als een koningin. Ze loopt met mij van de een naar de ander, iedereen aait haar. Er is ook iemand bij die heel druk is, en om hem te kalmeren ligt hij met muziek op de bank. Ik laat Vicky plat op zijn borst liggen, de jongen vindt dat goed. Hij begint te lachen… Een vrouw was in het begin panisch bang voor honden. Maar ik liet zien dat Vicky niets doet. Na een tijdje zei ze: ‘Ik aai een hond, ik aai een hond, ik ben niet meer bang voor honden!’ Elke keer is ze een beetje minder bang. Ik ben ook gaan wandelen met haar en Vicky. Ik hield haar hand vast en zij de riem met Vicky. Samen liepen we naar een andere groep.’

 

Hoe vindt Vicky het?

‘Zij vindt het leuk om te doen, in het begin, tijdens de eerste bezoeken, was ze snel moe, maar nu helemaal niet meer. Ze heeft inmiddels al honderden bezoeken afgelegd en nog steeds wil ze altijd heel graag geaaid worden. Echt altijd, zonder uitzondering. Ook langdurig. Ze is en blijft enthousiast. Ze gaat uit zichzelf naar de mensen toe, ze wacht niet af, ze zoekt zelf actief contact.’

 

En wat doet het brengen van de bezoeken met jou?

‘Wij genieten enorm, het is moeilijk te beschrijven wat het met mij doet. Ik ben ontroerd om mee te mogen maken wat Vicky allemaal teweegbrengt bij mensen. Elke keer weer maken we mooie dingen mee. Alle vrijwilligers hebben ook voor zichzelf baat bij de bezoeken, het is plezierig om te doen. Je krijgt veel terug. Daarom werkt het zo goed.’

Het is tijd om af te sluiten, want Micha en Judith gaan met Vicky de auto in, op weg naar Spijkenisse.

Na afloop van dat bezoek belt Micha mij op: ‘Vicky heeft vanmiddag weer dertig mensen blij gemaakt. We gaan vrijwilligers in de regio Rotterdam zoeken: zodat we regelmatig een bezoek kunnen plannen in Spijkenisse.’

 

Geef een reactie