Op bezoek bij Karin en haar honden

door Else Röder, voorzitter DMD

www.ervaringskennisinkaart.nl

 Voor het eerste gesprek dit nieuwe jaar bel ik aan bij Karin  Kwakernaat in Huissen. Zojuist stond ik nog voor de  verkeerde voordeur, niemand deed open, gelukkig, maar nu sta ik aan de goede deur: hondengeblaf! Alle vrijwilligers kennen Karin: zij test iedere hond bij aanvang van het vrijwilligerswerk voor DMD.

Karin steek al snel van wal over Storm, haar eerste hond, die vrolijk met me mee de huiskamer inloopt. ‘Storm is van augustus 2002. Ik wilde al heel lang een hond, een Golden Retriever, maar het was er nooit van gekomen omdat ik werkte, bij de gemeente Arnhem. Daar heb ik 22 jaar gewerkt. In mijn laatste functie regelde ik het leerlingenvervoer voor kinderen in het speciaal onderwijs, en alles wat daarbij komt kijken, aanvragen behandelen, contacten leggen met vervoerders, onderhandelingen, bemiddelen in conflicten. Elke dag werden 750 kinderen vervoerd, dus daar gaat wel eens wat mis. Tevens was ik secretaresse van de afdeling leerplichtzaken. Nu al weer vier jaar werk ik als invalkracht bij de receptie van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen. Dat is gemiddeld een dag in de week.’‘Nadat ik gestopt was met het werk bij de gemeente, heb ik via via een fokker gevonden en zo kwam mijn eerste hond hier in huis. Een vriendin van mij zegt altijd: ‘je eerste hond is je broddellapje’, een soort probeersel, dat wil zeggen: je moet alles nog leren – en ik heb inderdaad heel veel geleerd van Storm, en Storm van mij. Ik ben direct met hem naar een puppycursus gegaan, bij een hondenschool in ons dorp. Toen ik aan de cursus begon wist ik helemaal niet wat er allemaal uit voort zou komen. Het is pas later ‘uit de hand gelopen’. Storm was ongeveer een half jaar toen er een open dag van de hondenschool was. Ze hadden vrijwilligers nodig om te helpen bij allerlei dingen. Het leek me wel leuk, dus ik meldde me aan. Een hele geslaagde dag was het. Ik deed dat vooral vanwege de contacten met mensen. Tot mijn grote verbazing kwam een week later de eigenaar van de hondenschool met de vraag of ik instructeur wilde worden. Ik voelde me zeer vereerd, maar ik zei dat ik niet veel verstand had van honden. Nee, dat was geen probleem, zei ze, ik kon goed met mensen omgaan, en de rest zou vanzelf komen.

Ik heb me een jaar lang helemaal suf gelezen en verdiept in alles wat ik over honden kon vinden. Ik ben begonnen met lesgeven op de hondenschool, met de basiscursus, voor honden van 6-7 maanden, die de puppycursus al achter de rug hadden. Heel spannend in het begin! Tegelijkertijd bleef ik stage lopen bij andere cursussen om instructeur te worden. Met Storm samen bleef ik zelf ook cursussen volgen. Dus ik was heel vaak op de hondenschool, ik woonde er bijna. Op een gegeven moment ben ik met enkele instructeurs, die allemaal ongediplomeerd waren, de opleiding gaan doen bij Martin Gaus in Lelystad. Daar behaalde ik het diploma hondeninstructeur. Intussen kreeg ik steeds meer ervaring met lesgeven, gedurende zeven jaren achterelkaar. Ik volgde allerlei workshops, we haalden experts naar de hondenschool voor lezingen, we volgden alles. Er is zoveel veranderd op het gebied van hondentraining in al die afgelopen jaren, en ik wilde en wil nog steeds bijblijven bij de nieuwste inzichten en ontwikkelingen.’ ‘Mijn tweede hond, Drifter, kregen we toen Storm bijna 2 jaar was. Hij is van mei 2004. Drifter wil ’t liefst de hele dag en nacht geaaid worden, dus ideaal als bezoekhond, maar, nee, hij blaft af en toe, en dat gaat behoorlijk hard. Daarom is hij niet geschikt voor DMD.’ ‘Een jaar of vijf geleden zat ik tijdens een vakantie in een hondenblad te lezen en daarin zag ik de opleiding voor gedragskeurmeester staan. Een nieuwe tweejarige HBO-opleiding van DogVision. Die ben ik gaan doen. Pittig, met veel theorie, genetica, praktijk, maar ontzettend leuk. Dat was vlak voordat ik in contact kwam met Judith. Dat ging zo.

Ik had een schouderblessure en was daarvoor in behandeling bij een fysiotherapeut in Molenhoek. Ik zat middenin de opleiding voor keurmeester en ik was een keer met m’n therapeut aan het kletsen over wat ik allemaal deed. Toen vertelde hij me dat hij een zekere Judith kende, die bezig was met de oprichting van een stichting met honden, en dat zij ‘iemand zocht zoals ik’. Ik heb met haar een afspraak gemaakt en van ’t een kwam ’t ander. Judith zat in de startfase van DMD. Ze zocht iemand die de honden kon testen op geschiktheid voor bezoeken. Dat paste goed in het plaatje van mijn opleiding. Dus ik ben de test gaan ontwikkelen voor DMD. Een hele uitdaging, maar alles van mijn studie zat vers in mijn hoofd.’

 Ik vraag Karin wat de test precies inhoud, en terwijl Drifter mij een bal komt brengen vertelt zij honderd uit.

‘De kern van de test is: test je wat je wilt testen. Je moet vooraf goed bedenken hoe je gaat testen wat je te weten wilt komen over de hond. Er zijn veel factoren die het resultaat van de test kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld alleen al of de zon schijnt of niet, de geur van de omgeving waarin de hond zich bevindt, is de hond binnen of buiten. De test bestaat uit zeven onderdelen die oplopen in moeilijkheidsgraad. Ik begin met de makkelijke onderdelen. Als ik in het eerste test onderdeel zie dat de hond met de staart tussen de poten nauwelijks vooruit komt dan ga ik niet door tot het laatste testonderdeel. Tijdens de test heb ik een aantal gedragingen op een lijst staan, die de hond niet zou moeten vertonen. De lijst is onderverdeeld in allerlei categorieën, zoals: houding, signalen voor spanning, gedrag tijdens aaien. Elke categorie is onderverdeeld in vast omschreven mogelijkheden/gedragingen. Wat wil ik niet zien? Blaffen bijvoorbeeld. Ik observeer en vink op de lijst aan wat ik zie. Als er blaffen bij zit dan is de hond niet geschikt. Ik leg altijd uit wat er achter zit, zo dat de eigenaar het snapt. Gelukkig komt het niet zo vaak voor dat een hond niet geschikt is. Dan is het nog steeds een prima hond, alleen niet voor het doel van bezoeken, bijvoorbeeld omdat de hond het zelf niet leuk vindt. Ik redeneer daarbij vanuit het welzijn van de hond. Altijd.’

 Wat is het meest stressvolle voor een hond? 

‘Het meest stressvolle, dat is voor iedere hond anders. Er zijn honden die niet op een gladde vloer willen lopen, sommige herstellen zich snel, maar andere niet. Wat je ook niet moet onderschatten: er zit nog iets aan de hond vast, namelijk het baasje. Het baasje heeft te maken met de mensen bij wie hij op bezoek komt. Dat kan soms ook ongemakkelijk zijn. Dat voelt de hond. Stress kan een combinatie van factoren zijn. Stress kan ook na verloop van tijd verminderen, dus ik zeg soms: probeer het een paar keer, in overleg met Judith. Maar: let op jezelf en op je hond, en op de stresssignalen van je hond. Met een beetje training kun je die herkennen.’

Wat doe je, naast DMD, nog meer met honden?

‘In mijn activiteiten met honden werk ik nu voornamelijk individueel: ik ben een personel-dog-trainer. Morgen ga ik naar iemand toe die al twee jaar een hondje heeft maar bang is om hem los te laten lopen, bang dat-ie wegloopt. Nu wil ze toch eigenlijk wel dat de hond een keer los kan. Ik ga bij haar op bezoek, stel vragen, kijk wat het probleem is, en ga dan aan de slag met baas en hond. Ik geef handvatten in de eigen omgeving, één op één. Mensen komen bij mij met allerlei vragen: mijn hond rent achter elke auto aan, hond komt niet als ik hem roep, enzovoort.

Daarnaast geef ik, wel in groepsverband, apporteercursussen. Op locatie in het bos, park, of op de heide bij Ede.

Verder volg ik nog steeds zelf cursussen met Drifter. En bezoek ik studiedagen voor dierenartsen en hondentrainers. Bijvoorbeeld over voeding en gedrag, of hersenfuncties en gedrag. Via Facebook komen er regelmatig wetenschappelijke artikelen voorbij, die ik allemaal napluis. Ik wil steeds bijleren over de nieuwste inzichten. Martin Gaus bijvoorbeeld: 15-20 jaar geleden had bij hem een hond een slipketting om en als hij iets fout deed kreeg hij een ruk aan de ketting, om iets af te leren. Later werd Gaus in Nederland de voorloper van een totaal andere leermethode, 180 graden gedraaid. Ik heb hem daar uitgebreid over gesproken. De omslag zit ’m erin dat je een hond leert wat hij wèl mag. En niet afleert wat-ie niet mag. Dat wil niet zeggen dat je alles maar moet accepteren van je hond. Negeren is niet genoeg als je hond in de gordijnen hangt. Het gaat erom dat je ongewenst gedrag niet aanleert, dan hoef je het ook niet af te leren of ander gedrag aan te leren. Ik ben niet tegen correcties, maar ze moeten wel goed uitgevoerd worden, de wijze waarop en timing ervan moet goed zijn. Vaak wordt een hond veel te lang na ongewenst gedrag gecorrigeerd. Dan snapt hij er niks van.’

Heb je nog een stelregel voor hondenbezitters?

‘Ik loop 365 dagen per jaar drie keer per dag met mijn twee honden en ik kom dagelijks mensen tegen die niet weten wat ze aan hun riem hebben. Ze doen dingen met de beste bedoelingen, maar hebben geen idee van gedrag. Waar ik heel fanatiek op ben: als honden aangelijnd zijn dan versta ik onder ‘sociaal gedrag’ niet met elkaar spelen maar elkaar neutraal laten, alles, een voorbijganger, een andere hond, fietser, vrachtwagen, wat dan ook. Dat is sociaal gedrag in die situatie. Veel mensen verstaan onder sociaal ‘iets met elkaar’ dus: honden mogen te allen tijde bij elkaar komen. Voor mij geldt: als honden los zijn kunnen ze contact leggen met elkaar, maar ook dan gelden zeker omgangsvormen!’

Ik heb weer een hoop geleerd, en ik heb ’t gevoel dat ik nog veel langer had kunnen blijven want Karin weet zo verschrikkelijk veel over honden! Als ik afscheid neem krijg ik van beide retrievers nog een knuffel die ze uitkiezen uit twee plastic bakken in de kamer, vol met knuffeldieren en ballen.

Geef een reactie