Micky houdt van mensen

door Else Röder

www.ervaringskennisinkaart.nl

 

Zonnetje, wolkje, kom, denk ik, ik waag het erop, en stap op de fiets naar Beuningen. Op de Van Heemstraweg, vlak voor het dorp, zie ik in een weiland een stuk of acht pony’s grazen, en naast bijna elke pony staat een ieniemini pony’tje: ik tel zeker zes veulentjes, zó schattig! Die aanblik duurt op de fiets langer dan als ik er met de auto langsgereden was, dus mijn fietstocht is al geslaagd. Aangekomen bij Margaret en bordercollie Micky wacht mij nog een mooi verhaal, zo blijkt al snel.

Wanneer ben je begonnen voor DMD?

Margaret: ‘Eind november 2017 ben ik voor het eerst op bezoek gegaan. Een paar maanden eerder las ik een folder over DMD. Het leek me echt iets voor Micky en hij  kwam glansrijk door de keuring.’

Vanaf het begin dat ik binnen ben, zoekt Micky contact met mij, door verschillende speeltjes naar me te brengen. Rustig en heel gedecideerd. Zijn mooie ogen, gespitste oortjes en prachtige bruine en okerbruine vacht met witte bef, doen me smelten.

Waar ga je op bezoek?

Margaret: ‘Inmiddels op drie verschillende adressen. Sinds november ga ik naar Boven-Leeuwen, naar een woongroep bestaande uit matig verstandelijk beperkte jongeren (zorgkoepel ’s Heeren Loo). Daar kom ik speciaal voor twee meiden van in de twintig. Doordeweeks gaan ze naar werk of dagbesteding. Ik kom in het weekend, op zaterdag- of zondagmiddag. Als het lekker weer is gaan we naar buiten om te wandelen. Er is een hondenspeelveldje in de buurt en een stukje zwemwater. Daar mogen ze met de werpstok ballen gooien. In de winter is het water te koud, maar nu begint het langzamerhand op temperatuur te komen. De meiden vinden het leuk om de bal in het water te gooien. Micky gaat er direct op af, en als hij dan uit het water komt en hij schudt zich droog, dan springt iedereen opzij en gillen ze het uit van plezier.’

Gaat er een begeleider mee?

‘Meestal ga ik samen met de meiden; ze zijn goed aanspreekbaar. Soms gaat er een begeleidster mee, maar dan moeten de overige bewoners ook mee willen. Met mooi weer is het een fijn uitje voor iedereen. Dan wandelen we naar de Waal, dat is dichtbij. Er is ook een jongen, Hans, die aanvankelijk bang was voor Micky. Nu is hij spontaan zo ver gekomen, dat hij Micky meeneemt aan de riem. Zo mooi om te zien. Hij knuffelt hem en praat tegen hem. Het is niet goed verstaanbaar maar dat maakt niet uit voor Micky. Het is een verrassende vooruitgang. Hans zag hoe de meiden met de hond omgingen. Ze zeiden bijvoorbeeld dat Micky de bal moest loslaten, en dat ging Hans nadoen, op zijn manier. “Los!” Micky luisterde beter naar hem dan naar de meisjes, omdat hij een zwaardere stem heeft. Dus dat vond Hans al helemaal leuk. Nu loopt Hans voorop met Micky. Micky kan nogal trekken, maar Hans vindt dat niet erg.

‘Ze voetballen ook met Micky. Ja, ik krijg ze wel in beweging, de bewoners! Micky pakt de voetbal en dan duurt het even voor hij hem loslaat. Maar hij laat hem los, want hij wil er graag nog een keer achteraan.

‘Ik ben er ongeveer een uur. Meestal buiten, en als het weer minder is, doen we een ronde door het dorp. Als we binnen spelen, gaat het ook snel hoor. Dan heb ik koekjes bij me, zodat Micky de bal gemakkelijk loslaat. Dat vinden de meiden ook leuk.’

Waar ga je nog meer naartoe?

‘Vanaf januari dit jaar kom ik bij Paula (ook in de twintig), in een beschermd wonen project in Groesbeek (van Pluryn). Met haar ga ik uitsluitend wandelen, een uur lang, elke donderdagmiddag. We wandelen in de bossen om de hoek. De werpstok gaat mee. We praten wat, vooral over de hond en met voorbijgangers die ook in het bos met hun hond wandelen. Bij slecht weer wandelen we door het centrum van Groesbeek; visje bij de visboer – dat vindt Paula lekker.’

Hoe merk je aan haar dat ze het leuk vindt?

‘Ja, soms vraag ik me dat wel eens af, want ze is best stil en ze heeft niet altijd aandacht voor Micky. Maar ze vindt het leuk, want ze wil dat ik elke week kom. Ze werkt ook bij een uitlaatcentrum voor honden. En haar hele kamer hangt vol met hondenposters. Ze is echt hondengek. Ze wil later ook een hond. Het mooie is dat ze steeds zelfstandiger aan het worden is: eerst woonde ze nog op een andere locatie, met veel begeleiding, nu woont ze in deze open woongroep, en mogelijk kan ze over een tijdje nog iets zelfstandiger begeleid gaan wonen. Dus die overgang maak ik misschien mee. Er zit ontwikkeling in haar. Ze heeft ook aangegeven dat ze met Micky een keer naar een meertje in de buurt wil. Dus ze maakt plannen, ze is er actief mee bezig.’

En waar is je derde bezoekadres?

‘Afgelopen maandagavond was ik voor het eerst bij Maarten, een man van middelbare leeftijd, met een heel laag IQ. Hij woont in een woongroep van ’s Heeren Loo, in Druten. Hij houdt van honden. Eerder had ik al kennisgemaakt met hem en met zijn zus en schoonbroer. Die zijn ook dol op honden. Maarten is met honden opgegroeid, thuis. Maar toen ik maandag kwam, was hij in een sombere stemming. De begeleidster zei me direct dat hij veel verdriet had en bozig was. Niks was goed. Een beker koffie vloog door de woonkamer. De begeleidster vroeg of ik toch even wilde blijven. Dus ik ging wat gespannen op de bank zitten. Micky zat rustig naast me. Na een tijdje zei de begeleidster tegen Maarten: “Micky moet even een plasje doen buiten.” Vervolgens ging ze samen met Maarten en met Micky en mij naar buiten. Micky deed een plasje maar daarna wilde Maarten meteen weer naar huis. Hij viel weer helemaal terug in zijn verdriet. Voor de begeleidster was het best lastig om zijn gedrag te lezen. Ik versta hem nog niet, en begrijp niet wat hij uitdrukt. Hopelijk is hij volgende week maandag beter gehumeurd.’

Wat brengt de bezoeken jou?

‘Met mijn vorige bordercollie deed ik behendigheidswedstrijden – erg leuk -, maar deze bezoekjes met Micky geven mij meer voldoening, omdat het bezoek iets voor een ander betekent. En het is heel afwisselend. Ik was op zoek naar vrijwilligerswerk, en dit werk kan ik combineren met Micky, dat vind ik ideaal. Ik heb geen ervaring in de zorg, dus het is in het begin pittig. Gelukkig kan ik het wel goed van me afzetten. Ik neem m’n petje af voor de begeleiders die er werken.

Wat vindt Micky ervan?

‘Met Micky heb ik altijd een onderwerp om over te praten, een levend onderwerp. Hij trekt de aandacht naar zich toe. Dat werkt prettig. Micky vindt het heerlijk, die aandacht. Hij is gek op mensen. En wat ook fijn is: hij blaft nooit. Echt nooit. Dit ras is van oorsprong een werkhond, om schapen bij elkaar te houden. Hij jaagt niet. Ik had konijnen en cavia’s en daar kon ik hem gewoon tussen zetten. Hij deed ze geen kwaad. En hij kan goed naast me lopen, als ik op de fiets zit.

‘Ik heb hem geen speciale trucjes geleerd. Pootje geven kan hij, en zitten, liggen, de gewone dingen. Hij brengt heel graag speeltjes en ballen terug. Dat doet hij uit zichzelf. Ik ga wel met hem naar een hondencursus, omdat ik het belangrijk vind dat hij goed gesocialiseerd is met andere honden.’

Margaret vertelt dat ze via een whatsapp groep contact onderhoudt met de twee zussen en drie broers van Micky. Toen ze een jaar werden waren ze met alle baasjes bij elkaar in de Drunense Duinen. Alleen door de riem of het tuigje kon je nog zien wie wie was!

Eind mei wordt Micky alweer twee jaar. Op zijn verlanglijstje staat met stip op één: oude (voet)ballen. Want dat is zijn lievelingsspelletje, de bal terugbrengen naar ieder die hem weggooit. Wat dat betreft ben ik vandaag nogal een saaie gast voor Micky: ik zit alleen maar aan tafel, te luisteren naar het verhaal van zijn baasje… Gelukkig mag Micky vanmiddag nog mee uit naar het plaatselijk hondenlosloopterrein en naar het dorp.

NB Namen van cliënten/bewoners zijn gefingeerd i.v.m. privacy.