Met elkaar verbonden door de hond

Gesprek met Leny Ariëns over bezoek van Dogs Make a Difference,

door Else Röder, www.ervaringskennisinkaart.nl

Na het middageten is er even een rustmoment voor de meeste cliënten die de dag doorbrengen bij de Lange Vierhout, centrum voor dagbesteding. Voor Leny Ariëns, persoonlijk begeleidster van cliënten, is het ook even pauze, die vandaag (8 november 2017) gevuld wordt door mijn komst. Leny is verantwoordelijk voor de plannen die voor elke persoon gemaakt worden met betrekking tot de inhoud van de dagbesteding. Ze werkt vanaf 1998 op deze locatie van de Driestroom (de overkoepelende organisatie). Ongeveer 50 mensen nemen dagelijks deel aan allerlei activiteiten. Het gaat om mensen met een matig verstandelijke beperking en mensen met een ernstig meervoudige beperking (emb). In de Lange Vierhout krijgen ze structuur, activiteiten, een maaltijd en rustmomenten tussen 9 uur ‘s ochtends en 4 uur ’s middags.

Ik kom met Leny praten over het wekelijks bezoek van hond Torda en baasje Carolien, een van de vrijwilligers van Dogs Make a Difference. Elke vrijdagochtend komt Torda op bezoek in de Lange Vierhout. Mijn vraag aan Leny: Hoe wordt het bezoek van de hond voorbereid, en wat doet het bezoek met cliënten?

Pictogram van de hond

Leny: ‘Op vrijdagochtend wordt de komst van Torda aangekondigd middels het pictogram van Torda, een geplastificeerde foto van de hond. De eerste cliënt die binnenkomt hangt het pictogram op. Meestal is dat Marieke. Zij is heel bang voor honden, maar voor het plaatje van Torda is ze inmiddels niet meer bang. Eerst was ze al in paniek bij het woord hond. Nu durft ze de picto van Torda op te hangen en voor zichzelf hangt ze de picto van de was op. Ze is dus niet bij het bezoek van Torda, ze gaat was vouwen.

Als vervolgens een volgende cliënt binnenkomt en langs de picto loopt, dan zegt Marieke ‘Hond, hond’. Cliënten die bij het hondenbezoek willen zijn, gaan naar de daarvoor bestemde ruimte en vormen een kring van ongeveer tien tot twaalf mensen. Ze komen uit verschillende groepen die we hebben: uit de emb-groep (ernstig meervoudig beperkt), de beleefgroep, de ouderengroep en de regenbooggroep. Dus als iedereen in de kring zit is het een heel gevarieerd gezelschap. Belangrijk is natuurlijk dat wij als begeleiders weten dat al deze mensen hebben laten blijken dat ze het leuk vinden om contact te hebben met de hond. Andere cliënten zijn gewoon in hun eigen groepsruimte bezig. Er wordt bijvoorbeeld op vrijdagochtend soep klaargemaakt in de kantine, voor tussen de middag. Daar helpen ook cliënten aan mee.’

‘Als iedereen een plekje heeft op een stoel of met de rolstoel, of op een kussen,  drinken we koffie in de kring. Ondertussen is één deelneemster, Sonja, al druk in de weer: vanaf het moment dat ze er is, vertelt ze te midden van de anderen wat de hond gaat doen. “Hond. Water!” Vroeger was ze bang voor honden, nu heeft ze haar weg gevonden en is ze erbij. Als we de koffie op hebben, haalt Nel de bak met spulletjes die we voor de hond hebben, en zet die in het midden klaar. In de bak zit een drinkbakje, een voerpuzzel, een doekje en wat losse speelgoedjes. Sonja doet voor wat Torda gaat doen. Dan doet ze bijvoorbeeld alsof ze water uit het drinkbakje opslobbert. De voorbereiding is een heel belangrijk onderdeel van de ochtend. Iedereen in de kring weet op zijn of haar manier wat er gaat komen na de koffie. Onverwachte zaken zijn onplezierig voor deze mensen.’

Torda kan een pootje geven

Leny vervolgt: ‘Torda loopt bij binnenkomst langs ieder in de kring, als begroeting, en ieder die dat wil kan haar aaien. Dan is er iemand uit de kring die stukjes fruit uitdeelt aan alle deelnemers. En vervolgens geeft ieder het stukje aan Torda die langs loopt. Henk durft een stukje appel in zijn eigen mond te nemen en die dan zo aan Torda te geven. De hond pakt het van hem over. Vervolgens deelt Max hondenbrokjes uit aan de deelnemers en dat stoppen ze in de voerpuzzel. Max maakt een rondje met de voerpuzzel totdat die vol zit en dan zet hij hem op de grond. Torda zoekt en pakt alle brokjes met haar snoet eruit en eet ze op. Iedereen in de kring kan iets doen voor Torda. De een met een beetje hulp, de ander zelfstandig. Zo is er een jongen die normaliter moeite heeft om dingen te pakken, maar het pakken van spulletjes voor Torda en het aangeven aan de hond – dat kan hij juist heel goed.

Carolien doet een paar verschillende activiteiten met de hond en de cliënten. Op speciaal verzoek heeft Torda inmiddels ook geleerd om een pootje te geven! Carolien voelt heel goed aan hoe ze deze cliënten kan benaderen – dat is geweldig om te zien.’

‘Mieke heeft snel last van drukte, zeker in een groep, maar Torda kalmeert haar doordat de hond rust uitstraalt door haar aandachtige houding. Een ander, Irene, gaat op haar geheel eigen wijze om met de hond. Ze komt heel beslist uit de hoek: “De hond moet goed luisteren, de hond moet een poot geven, de hond moet…”.’

Het groepsgebeuren heeft nog wat nadere uitleg nodig, want sommige cliënten zijn helemaal niet graag in een groep, zo legt Leny mij uit. ‘Voor enkele deelnemers is het al een hele toer om in de kring te zijn. Een enkeling blijft een beetje aan de rand, op een afstandje. Het mooie van het bezoek van Torda is dat de hond tijdens haar aanwezigheid de cliënten over een drempel heen helpt. Want de aandacht gaat vooral uit naar Torda. En daardoor verenigt zij eigenlijk de aandacht van iedereen op één punt, namelijk op zichzelf. Het is bijzonder dat je op deze manier met cliënten iets in een groep kunt doen. En het feit dat cliënten erbij blijven betekent dat ze betrokken zijn bij wat er gebeurt. De hond, de sfeer, het samenzijn, het geheel houdt hen erbij.’

Aan het eind van het bezoek mag iemand Torda een bakje water geven, vertelt Leny. Dan, op weg naar de uitgang, loopt Carolien met Torda nog even langs Mare die in een andere ruimte zit, om haar te laten aaien. Een van de deelnemers uit de kring, die dat wil en kan, mag meelopen en de riem vasthouden. Een mooi ritueel, zo stel ik me voor.

Tijd voor soep

Na het bezoek gaat iedereen weer naar de eigen groep, voor de soep. De geur van soep hangt dan in huis. Cliënten in Leny’s groep (emb) kunnen niet napraten over de hond. Voor hen is het bezoek: plezier en beleving op het moment zelf, in het hier en nu. Cliënten uit de ouderengroep kunnen wel in woord of gebaar iets over de hond aangeven. Via andere groepsleiders weet Leny dat bijvoorbeeld Henk wel eens zegt dat de hond weer is geweest; of dat Torda deze keer niet zo lekker in haar vel zat – in zijn beleving.

Leny: ‘Als ik vrijdagmiddag Lieze in de gang tegenkom (uit een andere groep), en ze zegt “hond was lief” dan bevestig ik dat natuurlijk. Er is ook een cliënt die in het weekend naar zijn ouders gaat en daar wel eens iets over de hond loslaat. Ik weet niet of cliënten nog iets over de hond laten merken als ze weer in hun eigen woonsituatie zijn, na hun dag op de Lange Vierhout.’

In ieder geval verzekert Leny mij dat het bezoek van Torda een fijne activiteit is voor de vrijdagochtend, als aankondiging van het weekend. Ze vat het kernachtig samen: ‘Vaak gaan onze cliënten alle kanten op met hun aandacht of onrust. Het bezoek van de hond is een moment van samenzijn, waarbij de hond zorgt voor een vorm van focus. Daardoor verbindt Torda iedereen met elkaar. Het mooie is: het is een groepsactiviteit, maar wel eentje die een stukje rust brengt.’

 

NB Namen van cliënten zijn om privacy redenen niet hun echte namen.