Max, de grote vriendelijke reu

door Else Röder, voorzitter DMD
www.ervaringskennisinkaart.nl

Max op bezoek

Op bezoek bij Betty en Max, ga ik even terug in m’n herinnering. Oh ja, we kennen elkaar al van de test, waarbij mijn rol als voorzitter van de stichting altijd wat op de achtergrond blijft: ik ben dan vooral de rolstoelzitter. Tijdens ons gesprek herinner ik me langzaam maar zeker dat Max opviel als grote hond, Golden Retriever, maar – of liever gezegd en – dat hij ook rustig en super vriendelijk was. Dat zie ik nu ook weer direct bij hem terug: hij komt met een knuffel in z’n bek naar me toe en wil geaaid worden, als ik bij Betty aan tafel zit.

Hoe ben je in contact gekomen met DMD?

‘Via een vriendin hoorde ik over de stichting, toen wij Max net een paar maanden hadden. Max kwam drie jaar geleden bij ons, hij was toen één jaar. We hebben Max in ons midden opgenomen, omdat hij bij iemand woonde die allergisch bleek te zijn voor honden – en bij die persoon was hij terechtgekomen vanwege de scheiding van zijn oorspronkelijke eigenaars. Het was voor ons liefde op het eerste gezicht toen we kennismaakten met Max: hij kwam direct met een knuffel naar ons toe en keek ons aan met zulke ogen van: neem mij mee. Onweerstaanbaar die blik. Tot op de dag van vandaag genieten we van Max.
Het leek mij leuk om met Max op bezoek te gaan want ik had al gauw door dat hij graag geaaid wordt, dat hij van aandacht houdt en uit zichzelf naar mensen toegaat. We konden naar de testdag komen – een heel warme dag in mei – en hij deed het voorbeeldig.’

Kon je snel aan de slag met Max?

‘Ja, ik kon terecht bij dagopvang ‘De Zilverden’ in Brakkenstein, van de Swon. Het advies na de test was: begin met Max in een rustige omgeving. De Zilverden is een huiskamer waar ouderen overdag worden opgevangen, en waar ze aan allerlei activiteiten kunnen meedoen. De mensen wonen dus nog elders, thuis, en zijn aanspreekbaar, lopen rond, soms met rollator.
Als ik binnenkom zijn er allerlei mensen in de huiskamer. De meeste mensen kennen ons inmiddels goed, want we komen hier nu een paar jaar: ‘Hé, daar hebben we Max!’ Max herkent de situatie snel, en je ziet hem denken: leuk, want hier krijg ik brokjes en aaien.
De locatie is niet ver hier vandaan, ik kan erheen wandelen met Max. Alleen als het vies weer is neem ik de auto, want ik wil niet met een natte hond aankomen.’

Wanneer ga je erheen?

‘Ongeveer drie keer per maand. Maandelijks krijg ik een aantal mogelijke data en tijdstippen door en dan geef ik aan wanneer ik kan. Ik ben daarin flexibel. En dat is voor deze locatie prettig want ze zorgen dat ik steeds ergens in hun programma pas. Soms vul ik ’s ochtends de tijd na de koffie tot het middageten, een andere keer de tijd na het middageten tot de thee. Telkens ongeveer een half uur tot een uur. DMD regelt de bezoeken per maand in samenspraak met de Swon en met mij.’

Betty schetst me het beeld van de huiskamer: meestal zijn er zo’n vijftien mensen aanwezig, sommigen zitten aan tafel te puzzelen, te kaarten of te handwerken – kopje koffie erbij -, iemand zit even te dutten op de bank, iemand is in de keukenhoek bezig. Of iemand is een boodschapje aan het doen, en komt weer terug. Er zijn verschillende hoekjes in de ruimte. Het loopt in en uit. Activiteiten die worden aangeboden zijn niet verplicht. Ieder kiest wat hij/zij wil. Sommige mensen zijn er een paar dagen per week, soms is iemand er een dag per week. Sommigen komen met een busje, anderen op eigen gelegenheid, uit de buurt, de wijk Brakkenstein, of de omgeving van de Goffert.

Hoe ziet een bezoek eruit?

‘Bij binnenkomst vraag ik even aan de begeleider of er iets bijzonders is, en ik voel hoe de sfeer is. Soms wordt me gevraagd of ik bij een bepaald persoon wil gaan zitten. Ik houd Max aan de lijn en ga bij iedereen die dat wil langs, en soms ga ik wat langer bij iemand zitten. Of ik doe mee met een activiteit en dan ligt Max er gewoon rustig bij – dat is meteen heel huiselijk voor iedereen. Dan geeft iemand hem af en toe een aai.
Bijvoorbeeld, er was een mevrouw die heel weinig sprak maar die wel veel om honden gaf. Ik ging bij haar zitten en begon een praatje. Of ze vroeger ook honden had gehad. Bij haar zag je langzaam maar zeker verandering, ze begon steeds meer te praten. Dat is bijzonder. Nu zegt ze meteen: “Oh daar is Max! Die doet niks, die is heel lief.” Zoiets is mooi, dat Max daar een heel klein stukje aan kan bijdragen. Dat die mevrouw zich iets prettiger voelt. Ze had vroeger een hond gehad. De meeste mensen hebben dat, of hun kinderen hebben honden.
Laatst heb ik bij een nieuwe meneer aan tafel gezeten. Hij sprak niet maar hij had een schrijfbordje bij zich – zo’n whiteboard met een stift. Ik vroeg aan hem of hij ’t leuk vond als ik bij hem kwam zitten. Er kwam niet meer uit dan ‘mha’. Ik vroeg of hij iets met honden had. Uiteindelijk hebben we via z’n bordje een heel gesprek gehad. Het bleek dat hij vroeger honden had gehad, en in het buitenland had gewoond. Hij ‘vertelde’ over zijn zus met een zorghond. Aan het eind van het gesprek zat hij Max te aaien en brokjes te geven. Hij kon niet goed spreken ten gevolge van een ziekte, maar hij kon wel goed horen, en schrijven via z’n whiteboard. Ik vind dat zo mooi: dat je dan zo’n hand langzaam over de kop van Max ziet gaan – terwijl de man in het begin wat afhoudend was.
Ik zat er eens een middag tijdens een activiteit, iemand kwam een verhaal over tuinen houden. Men zei tegen mij: blijf er ook bij. Goed, Max lag rustig naast de tafel, heel huiselijk. Ondertussen stak Max af en toe z’n koppie boven tafel, en gaf iemand hem een aai. Dat huiselijke, dat vind ik erg leuk. Dan ben je even onderdeel van het geheel – en niet “op bezoek”.’

Krijgt Max veel brokjes?

‘Ik neem expres kleine beloningsbrokjes mee. Anders zou hij te veel eten. Mensen geven graag zomaar een brokje, en dat vind ik prima; sommigen vinden ’t leuk als Max een pootje geeft. Ik ben wel voorzichtig want oude mensen hebben een dunne huid, dus ik leg mijn hand er onder, bij het pootje geven. Ik wil niet dat de huid beschadigt. Ja, er zitten mensen bij van 90 – 95 jaar. Een balletje gooien wordt te wild in de huiskamer. Ik houd het rustig. Daarom vind ik het fijn dat Max zo rustig is. Ook bij het krijgen van een brokje, dat kan hij heel rustig aannemen. Ik doe ’t een keer voor, brokje tussen duim en wijsvinger, en dan doet iemand ’t na.’
Wat zeggen de mensen die je bezoekt over Max?

‘Wat ik terughoor is dat ze ’t fijn vinden dat Max zich rustig gedraagt, en dat ze hem kennen. Ze vertellen hoe ze vroeger met honden omgingen. Van sommigen weet ik wat voor hond ze hebben gehad. Het gaat vaak over het formaat van Max. Ik vind het leuk om via de hond contact te maken. Max nodigt uit tot een gesprek. De hond als middel: dat vind ik het leukste.’

Wat vindt Max van de bezoekjes?

‘Max vond het meteen de allereerste keer al interessant. Hij gaat graag mee. Hij voelt zich er op z’n gemak. Niet alleen door de brokjes, hij houdt van de aandacht. Hij heeft er plezier in. Als dat niet zo zou zijn, zou ik het echt niet doen. Max is een echte pleaser. Zo is het: hij maakt ’t mensen naar de zin en als het genoeg is dan gaat-ie braaf liggen.’

En wat doet het met jou?

‘Ik vind het prettig om te doen, het geeft mij een bepaalde rust. Ik ben er even helemaal voor die mensen op dat moment. En ik vind het leuk als ik in gesprek raak met iemand. Er zijn veel gespreksonderwerpjes, allerlei aanknopingspunten. Niet alleen over de hond, ook over de straat, de wijk, het bos, over vroeger, over wat mensen hebben meegemaakt. Ik heb belangstelling voor hun verhalen. Juist door het contact en de gesprekjes is dit voor mij zinvol werk.’

Had je al eerder een hond?

‘Toen de kinderen klein waren, hadden we een lieve Labrador, Sieta. Ze is twaalf en een half jaar bij ons geweest. Omdat de kinderen gingen studeren en op zichzelf gingen wonen, en wij erg druk waren, wilden we niet direct een andere hond. Maar ja, we misten ’t toch allemaal wel heel erg. En nu zijn we blij met Max!
Als kind had ik vroeger thuis ook honden. Die lieten zichzelf uit in het dorp, holden de velden in – zo ging dat destijds. Maar ik was vaak bang voor honden. Ik ben ooit eens bij een vriendinnetje weggelopen omdat een hond blaffend achter me aan kwam. Rende ik keihard naar huis. Toen waren ze me daar een tijdje kwijt, bij dat meisje thuis, gingen ze me zoeken! Een andere keer viel een hondje mij lastig terwijl ik op de fiets zat. Tja, ik heb niet voor niets een voorkeur voor honden die zich rustig gedragen…’

Met zijn formaat is Max gemakkelijk te aaien, hij loopt uit zichzelf naar mensen toe, en dus is hij heel toegankelijk en bovendien zeer innemend. Het verbaast me niets dat hij af en toe in de keuken van de huiskamer van de dagopvang een stukje worst krijgt toegeschoven…

 

Geef een reactie