Hoe Boelie Knorretje werd

Door:  Else L. Röder, voorzitter Stichting  Dogs Make a Difference (DMD)

Optekenaar van levensverhalen Ervaringskennis in kaart    www.ervaringskennisinkaart.nl

Op de eerste dag van de Vierdaagse fiets ik naar Neerbosch-Oost langs tribunes in opbouw en sportvelden die omgetoverd zijn tot fietsenstalling of kampeerterrein. De zon schijnt uitbundig – dit is Nijmegen op z’n best. Ik word vriendelijk binnengelaten door Alwin die mij door het huis loodst naar  Bas en Boelie in de achtertuin. Een paradijsje, zo merk ik op terwijl Bas een pot Chinese thee voor mij zet. Boelie scharrelt wat rondom mij heen en brengt z’n bot in veiligheid ergens in de tuin. Je weet maar nooit wat een vreemde snuiter als ik hier in zijn achtertuin komt uitspoken.

Hoe ben je in contact gekomen met DMD?

Bas: ‘Eigenlijk bestond DMD nog niet toen het contact werd gelegd. Er waren nog geen vrijwilligers, geen instellingen waar je heen kon, er was helemaal niets behalve een waanzinnig leuk plan in het hoofd van Judith en Micha. En ik wandelde dagelijks met Boelie door het Bosje van de Baron, dat is in Neerbosch-Oost een begrip, een kleine maar mooie en stokoude strook groen, hier vlakbij. Ik kwam daar Micha met zijn hond Vicky tegen en zo legden we contact. Hij vertelde me een keer over de plannen voor DMD. Ongeveer een jaar later ging ik met Boelie op pad voor de inmiddels opgerichte stichting DMD. Dus Boelie en ik zijn de eerste twee vrijwilligers.’

Boelie kijkt om de hoek

Hoe ging het bezoek in het begin, was het onwennig voor iedereen?

‘Het eerste bezoek was bij de dagopvang voor ouderen hier in de wijk. Ik kon er gemakkelijk heen wandelen en dat is heel handig voor mij omdat ik slechtziend ben geworden en daardoor niet meer kan autorijden of fietsen. De allereerste keer ging Micha met me mee. We hebben samen uitgeprobeerd hoe het ging en het ging goed. Er was een groep van vijftien ouderen aanwezig. Sommigen vonden het hartstikke leuk, anderen vonden er niks aan en weer anderen keken de kat uit de boom. We kwamen altijd na de lunch en bleven ongeveer drie kwartier. Bij mooi weer bleven we wat langer want dan konden we ook buiten nog wat wandelen met deze of gene die dat graag wilde.

Ik heb Boelie nooit iets geleerd, dus hij kon niks. Hij kent zijn naam, maar pootjes geven, nee. Ik had wel altijd hondenbrokjes bij me die ik uitdeelde aan mensen die het leuk vonden om die te geven. Er is zelfs een filmpje van dat iemand tegen mijn hond – die niks kan! – zegt: Boelie, zit! en dan gaat-ie zitten en krijgt het koekje! Dolle pret natuurlijk. Die vrouw kreeg meer gedaan dan ik.’

Boelie in actie

‘Boelie is een vrij karakteristieke hond, een Franse bulldog, die knort als hij in actie komt – dus algauw werd hij bij de dagopvang “Knorretje” genoemd. Welnu, een medewerkster van de dagopvang in Neerbosch-Oost werkte ook bij de dagopvang in Brakkenstein. Al spoedig vroeg zij of Knorretje ook een keer naar Brakkenstein kon komen. Dus toen zijn we daar ook bezoeken gaan brengen.

De samenstelling van zo’n groep van ouderen is heel divers wat betreft achtergrond, en het was altijd zaak om te bekijken of mensen zin hadden in contact met de hond. Een enkele keer was dat niet zo. Je moet goed kijken en aanvoelen wat er uit de groep komt, en als ’t niet wil dan moet je daar adequaat op inspelen. Er was bijvoorbeeld eens een man die gebogen over zijn krant zat en die ook al die tijd dat ik er was totaal niet reageerde. Dan ben ik voorzichtig en laat ik hem lekker zijn krant lezen.

Samen met Judith en Micha bezochten Boelie en ik ook een dagopvang voor religieuzen in Wijchen. Dat vond ik heel leuk omdat ik religiestudies studeer. Vóór het eerste bezoek wist ik via Judith dat er twee groepen waren die heel verschillend konden reageren. Tot onze verrassing en vreugde ging het in beide groepen prima. Ik raakte in gesprek met een non die zeker ouder dan negentig was. Ze begon te vertellen en zei erbij dat ze dit nog nooit aan een ander had verteld. Het werd me duidelijk dat haar verhaal een grote betekenis had voor haar. Daarom voelde ik me vereerd dat ik dit van haar mocht horen.’

Wat deden de bezoeken nog meer met jou?

‘Ik vind dat de hond eigenlijk het medium is tussen mij als vrijwilliger en degene die ik bezoek. Als je samen met je hond bij de dagopvang komt is de reden van je bezoek duidelijk – mensen gaan in de weer met je hond, en voordat je ’t weet ben je in gesprek. Degenen die de hond leuk vinden reageren blij en beginnen over de hond, en over het verleden waarin ze zelf ook een hond hebben gehad; aan de hand van wat ze met hun hond hebben meegemaakt krijg je ook iets over hun eigen leven te horen. Een hond is een dier dat ziek kan worden, beter kan worden, of niet, en dood gaat – vaak nemen mensen dan weer een nieuwe hond: dat is een cyclus waar men ook zijn of haar eigen leven langs kan vertellen. Ik kreeg mooie en intense details van iemands leven te horen.

Er was eens mevrouw Peters, een levensgenietster, dol op honden. Als ik aankwam was Boelie er direct helemaal voor haar, hij was haar lust en haar leven. We zijn op een gegeven moment samen een rondje gaan wandelen. Mocht zij de hond vasthouden. Ze vertelde honderd uit en bloeide helemaal op tijdens die wandelgesprekken. In haar geval was dat heel duidelijk de combinatie van de hond en de aandacht die ze van mij kreeg. Een uur vloog om met haar.  Via het contact met de hond komt het levensverhaal van een persoon voor het voetlicht. Als dat tijdens een bezoek gebeurt, heb je iets wezenlijks meegemaakt, als vrijwilliger. Dat krijg je zelf terug voor de bezoeken, en dat is wat ik er heel mooi aan vind. Voor mij waren de gesprekken met mensen het allerbelangrijkste.’

We gaan even terug in de tijd, als ik vraag hoe lang Bas al eigenaar is van Boelie. Op 11 september 2001 zat Bas thuis in een verbouwing. Op die dag was er een binnenmuur gesloopt. Te midden van het neerdalende stof zat hij ’s avonds met Alwin naar het drama van de instortende flatgebouwen op tv te kijken. Alwin stond op en zei op enig moment resoluut: kom! we nemen een hond. Dat was na een hondloos tijdperk van drie jaren. In Hilversum kochten ze Boelie die in de woorden van Bas een ‘extreem lelijke pup’ was. Niemand wilde hem hebben. Het hondje paste op twee handen, zijn kopje was een en al oor, daaronder zat een dun nekje met ‘oude-dames-vellen’, en zijn vacht was niet meer dan wat witte dons.

Boelie heeft enkele jaren voor DMD bezoeken gebracht en is inmiddels met pensioen van deze werkzaamheden. Toen hij daarmee begon was hij ongeveer zes jaar; op zijn negende werd hij ernstig ziek. Prostaatproblematiek. Na de operatie werd hij weliswaar beter, maar qua vitaliteit ging hij achteruit. Eigenlijk is hij nooit meer helemaal de oude geworden, aldus Bas.

Wat heeft je doen besluiten om de bezoeken te stoppen?

‘Ik ben nog een paar keer op bezoek geweest nadat hij beter was, maar op een gegeven moment hadden we weer een afspraak bij de dagopvang hier om de hoek, en toen wilde hij de deur van ons huis niet uit. Korte tijd daarvoor had ik met hem de test bij Karin gedaan. Ook daar hadden wij de primeur, want Boelie was deelnemer van een van de eerste tests die DMD organiseerde. Dat was dus nadat hij al vele bezoeken achter de rug had en nadat hij ziek was geweest. Uit de test kwam de vraag naar voren of Boelie het zelf eigenlijk wel leuk vond om aangehaald en geaaid te worden. Op dat moment waren er tekenen in zijn gedrag op grond waarvan je daaraan kon twijfelen. De twijfel hierover en het feit dat hij soms de deur niet uit wilde deden me besluiten om te stoppen met de bezoeken; overigens ga ik wel nog steeds wandelen met hem, ook al wil hij dat soms niet, want het is toch goed voor zijn conditie.

Inmiddels had ik een kennis van mij getipt voor dit werk, en die is inderdaad vrijwilliger geworden, dus ik had als het ware een opvolgster.’

Boelie en Bas

Nu is hij oud, slechthorend en slaapt hij veel, maar in de beginperiode vond Boelie het leuk om mensen te bezoeken. Dat weet ik zeker. Ik ben één keer op een zondag naar de dagopvang geweest en dat was misschien wel de leukste keer: in die groep zaten mensen die allemaal erg enthousiast waren tijdens het bezoek! Boelie liet zich door iedereen graag aaien. Hij was ook van jongs af aan dol op kinderen. De kleindochter van een vriendin heeft haar angst voor honden overwonnen dankzij contact met Boelie.’

Als ik Boelie zo bekijk kan ik me haast niet voorstellen dat hij een jonge hond is geweest met streken. Met stijgende verbazing luister ik naar de verhalen van Bas. Als pup kreeg hij het voor elkaar om de salontafel met kleedje en al door de huiskamer te sleuren. Dan stond de tafel ’s ochtends ergens anders dan de avond ervoor. Was het weer Circus Boel geweest… Of hij kwam met zijn bek vol bollen knoflook op je af; en ook handvegers waren een dankbare prooi in het huishouden van Bas en Alwin. In de week voor de Vierdaagse is Boelie twaalf jaar geworden. Dat is heel oud voor dit ras. Bas heeft z’n verjaardag gevierd in het Bosje van de Baron samen met andere honden en hun eigenaars. Met wat lekkers erbij voor de honden. Iemand die aan de rand van het bosje woont wist ervan en had een thermoskan koffie bij zich. Zo gaat dat hier in Neerbosch-Oost.

 

Geef een reactie