Groeiend zelfvertrouwen door wandelen met Boris

Sander woont in het laatste huis van Nijmegen, zoals hij het noemt. Dankzij zijn tip om een ander huisnummer (dan zijn eigen) in te voeren op google, kom ik per auto wonderwel zonder dwalen op een plek uit in Nijmegen-Zuid, met ruime parkeermogelijkheden vlakbij zijn straatje. In het laatste huis van dat straatje woont Sander met Boris: een grote hond met ruige zwarte vacht en hier en daar wat grijze haren. Boris is een 11-jarige snauzer-boevier, met hele mooie bruine ogen. Bij binnenkomst wacht Boris geduldig tot ik snap dat hij mij pas door laat lopen naar de huiskamer als ik hem fatsoenlijk geaaid heb.

Waar ga je op bezoek met Boris?

‘Mijn eerste bezoekadres was Huize Rosa. Ik bezocht met Boris bewoners in vier huiskamers op de tweede en derde verdieping van het nieuwe gebouw. Er wonen ouderen met dementie, waaronder een aantal dames op zeer hoge leeftijd die non geweest zijn. De meesten van hen woonden als kind op het platteland. Dat ging vroeger zo: De pastoor haalde jonge dames in Brabant en Limburg op, en dan was het: jij wordt non, jij wordt onderwijzeres, enzovoort. Negen van de tien zijn opgegroeid met honden. Hun diepste herinneringen zijn die uit hun kindertijd en die kunnen ze nog ophalen. Ze wisten meteen: oh, dat is hond Boris en die kan ik aaien. Dat ik als baasje van Boris meekwam, moest ik steeds weer uitleggen, maar Boris herkenden ze telkens direct. Dat vond ik grappig om te merken. Ik liep elke keer dezelfde route langs de huiskamers en kreeg wekelijks dezelfde verhalen, vragen en opmerkingen. Ik vroeg bijvoorbeeld aan een mevrouw hoe oud ze was toen ze een hond had, en dan was het: vijf jaar. En als ik dan vroeg hoe oud ze nu was, moest ik het aan de verpleging vragen. 101… Boris vond gemakkelijk zijn weg. Hij wordt graag geaaid en is goed in kruimels zoeken in zo’n huiskamer.’

En waar ga je nu op bezoek?

‘Ik bezoek een instelling waar jongvolwassenen wonen, die dagelijks begeleiding nodig hebben. Het gaat om mensen met complexe problematiek, gedragsmatig, psychisch, en soms deels fysiek van aard. Een heel gevarieerde doelgroep. De bewoner die ik bezoek, Gazi (niet zijn echte naam, ER), heeft verschillende aandoeningen. Gazi is begin dertig.’

Je gaat speciaal bij één persoon op bezoek?

‘Ja, hij heeft zelf gevraagd of er een hond op bezoek kon komen. In het begin heb ik overlegd met de leiding, hoe we Gazi het beste zouden kunnen helpen. Ik wilde niet alleen op bezoek komen, ik wilde graag dat Gazi er iets van zou leren. Dat zijn omgang met Boris zijn zelfvertrouwen zou vergroten. Het streven was om Gazi te leren dat hij zelfstandig met Boris zou kunnen wandelen. Daarvoor moest Gazi leren welke vier commando’s Boris kent. Die ging ik stuk voor stuk oefenen met Gazi. Hij moet Boris kunnen laten zitten, hij moet hem kunnen aanlijnen, zorgen dat hij meekomt, en hem op de juiste manier belonen. Daar hebben we aan gewerkt. Gazi kan nu zelfstandig met Boris wandelen, op het terrein van de instelling. Het gaat heel goed: ik kom binnen, krijg een kop koffie, geef de lijn over aan Gazi en hij neemt Boris mee naar buiten. Het is bijzonder, want deze jongeman heeft vroeger nooit iets met honden gehad. Toch heeft hij er feeling voor. Vanuit zijn emotionele behoefte is hij juist erg begaan met honden.’

Wat vindt Boris ervan?

‘Boris is verzot op Gazi. Boris is wel een lieverd, maar als hij je niet accepteert als autoriteit dan doet hij niks. Dus je moet wel overtuigend in je commando’s zijn. Gazi heeft dat onder de knie gekregen. Daardoor groeit zijn zelfvertrouwen. En Boris geniet van het buiten zijn.’

Sander vervolgt: ‘Andere huisgenoten van Gazi blijven inmiddels ook thuis als ze weten dat Boris weer op bezoek komt. Ze willen allemaal wel iets met Boris. Dus meestal ben ik wat langer in huis dan alleen het half uur waarin Gazi wandelt met Boris. Zo wilde iemand een keer de huisleguaan laten zien aan Boris. Dat leek me niet zo’n goed idee. Boris dartelt binnen rond na het wandelen en gaat naar iedereen toe voor een aai en een kopje.’

Wat doet het met jou?

‘Boris komt voor de jongen, maar ikzelf beteken ook iets voor Gazi, omdat hij niet zo veel vrienden heeft. Als hij buiten is, overleg ik even met de leiding, om te horen hoe het gaat, is er nog iets veranderd? Ik benader Gazi niet vanuit zijn schrijnende situatie maar gewoon als maatje waar je grappen mee kunt maken. Gelijkwaardig. Ik ben geen hulpverlener – ik kom ook niet uit de zorg. Dus dan kan het bezoek wel eens uitlopen, want Gazi vertelt over van alles wat hij heeft meegemaakt. Ik zorg er wel voor dat Boris op de eerste plaats blijft staan. Het moet om Boris blijven gaan.’

Sander vertelt vervolgens over het ongelooflijke levensverhaal van Boris. Boris komt uit Spanje. In 2008 besloot Sander dat het leuk zou zijn om er een maatje bij te hebben voor de bordercollie die hij destijds had. Hij woonde in Duitsland en had veel tuin en ruimte om zijn huis. Sander kwam in contact met een instantie in Culemborg, die honden uit o.a. Spanje opneemt.

Sander: ‘Van tevoren had ik op de website gekeken naar de honden die werden aangeboden. Ik kwam uit op een bruine boxer. Die werd gereserveerd. Toen ik hem kwamen ophalen, werd gezegd dat hij al door iemand was meegenomen. Mokkend zat ik buiten op een bankje en intussen keek ik naar de honden in de kennels. Boris liep daar ook tussen, hij leek door zijn lange haren op zijn kop net Catweazle. Hij kon bijna niet uit zijn ogen kijken. Ik volgde hem een tijdje en na een half uur zei ik: vooruit, ik neem hém! De leiding sprak de legendarische woorden: “Zou u dat nou wel doen? want deze is heel apathisch…”. Ik heb Boris ingeladen in de auto en reed terug naar huis. Hij was inderdaad apathisch – totdat hij door begon te krijgen dat dit wel eens zijn nieuwe thuis zou kunnen zijn. Dat was na een paar dagen. Inmiddels sneeuwde het hard, het was rond Kerstmis. Een van mijn vrienden die op bezoek was, ontdekte dat Boris het leuk vond om sneeuwballen te vangen. We rolden sneeuwballen en gooiden ze naar hem toe, en dan ving hij ze in zijn bek. Hij had het vangen van ballen afgekeken van de bordercollie. Kortom, door de sneeuwballen ontdooide er iets bij hem. Daarna was hij niet meer apathisch. In Spanje zou hij de dag nadat hij daar weg ging, gedood zijn.’

Was hij een zwerfhond?

‘Geen idee. Ik merkte al gauw dat hij goed is opgevoed, want hij is gehoorzaam vanaf dag één. Toen ik hem kreeg was hij ongeveer twee jaar, volwassen. Misschien is hij uit een gezin weggelopen, over zijn zwerfbestaan is niets bekend. Over het algemeen hoef ik Boris niet zoveel bij te leren. Ik heb een cursus gedaan om te leren met zo’n klikapparaat te werken. Boris kon het in het begin al!, beter dan ik. Wel heel apart is, dat hij bij het zien van een openstaand portier, direct die auto in wil. Bij wildvreemden ook. Daar moet ik op letten in de stad, in een parkeergarage bijvoorbeeld. Waarschijnlijk is dat een soort schuilmogelijkheid geweest. Verder kan hij goed loslopen in de stad, hij blijft op iedere hoek stilstaan en wacht totdat hij verder mag of mag oversteken.’

Sander laat me zien dat Boris ondanks zijn leeftijd nog een puntgaaf gebit heeft. En hij vertelt hoe zacht hij in de mond is:

‘In de zomer zit ik hier buiten in de tuin bij de ondergaande zon en dan kruipt hij wel eens door de heg heen en blijft een tijdje weg. Dan komt hij soms met een egel in zijn bek terug. Zonder kwaad in de zin. Hier in de tuin laat hij hem los en dan wandelt de egel weer verder. Verder is hij heel dik met de kat die ik heb. Hij vlooit hem met zijn voortandjes. Dan ligt de kat helemaal ontspannen op zijn rug.’

Boris duwt iedere keer zijn kop onder mijn hand, zodat ik hem aai. Hij vraagt erom.

Sander licht toe: ‘De dierenarts bracht me op het idee om iets met Boris te doen, om anderen ook van hem te laten genieten. Hij heeft gewoon veel te bieden. Ik gun het andere mensen dat ze iets aan hem hebben. Hij is al het maatje van mijn zoontje (die leerde lopen dankzij houvast aan Boris’ achterwerk), mijn dochter, mijn ouders, mijn vriendin, en nu ook van Gazi. Veel mensen hier in de buurt hebben ook een hond en kennen hem. We hebben met een aantal mensen een moestuin en als we in de zomer daar buiten zitten, dartelen er zo’n twintig kinderen om hem heen. Boris loopt er tussendoor, de kinderen gooien een bal, hij haalt hem op. Ja, hij heeft een druk sociaal leven.’

Als ik vertrek, denkt Boris dat hij ook naar buiten mag. Sander legt hem uit dat ze straks naar Gazi toe gaan, en dat ze daarvóór nog even gaan rennen in de Haterse vennen. Samen de regen trotserend.