Een sprankje plezier met Jip

door Else Röder, voorzitter DMD
www.ervaringskennisinkaart.nl

Nog geen vijf minuten fietsen en ik sta voor de deur van Ankie en Jip. Jip glipt door de voordeur naar buiten en maakt een rondje in de omheinde buitenruimte van het appartementencomplex. Heerlijk als je hond zo de deur uit kan rennen zonder direct gevaar voor verkeer. Eenmaal binnen zie ik dat hier ook een kat woont, waarmee Jip dikke maatjes is. Dat vind ik altijd zo bijzonder om te zien: verschillende diersoorten die elkaars gezelschap opzoeken.jip en Ankie 1

Ankie vertelt dat ze op een dag in de supermarkt een briefje van DMD zag hangen. Ze dacht meteen aan Jip, die altijd zo goed met mensen is. Drie jaar geleden was dat. ‘Ik nam contact op met DMD en enige tijd na het kennismakingsgesprek kon ik met Jip naar de test, bij wijkcentrum Titus Brandsma. Ik wist helemaal niet wat hij moest kunnen voor de test, maar het ging goed, en eigenlijk verwachtte ik niet anders. Ik kan hem vertrouwen met andere mensen. Het duurde even voordat ik een bezoekadres had. Mijn voorwaarde was dat ik er al wandelend naartoe kon. Dat wilde ik graag omdat er veel instellingen in de buurt zijn. En lopend erheen: dat is toch ’t makkelijkst. Ik kon op een gegeven moment aan de slag bij verpleeghuis Joachim en Anna.’

Bij wie ga je op bezoek?

‘Ik ga op bezoek bij jonge mensen met Alzheimer, mensen vanaf vijftig jaar. Ik kom met Jip in de huiskamer binnen, en daar zitten meestal een paar bewoners, anderen lopen in en uit. Ze reageren op de hond omdat ze hem kennen. Ik kom er al een paar jaar, nu meestal om de week op woensdagmiddag. We drinken koffie en Jip loopt bij elke bewoner in de huiskamer langs. Ze vinden het leuk om de hond te aaien. Het geeft ze een beetje controle – wat ze in de rest van hun leven kwijt zijn. Aanhalen, pootje geven, aaien, riem vasthouden. Die handelingen zijn nog geautomatiseerd bij deze mensen. Vooral als ze gewend zijn aan honden. Bij sommigen moet ik eerst echt contact maken, iemand aankijken. Soms is de oog-handcoördinatie verstoord, en dan pak ik iemand vast bij de hand en breng de hand naar de hond.’

De ene hand die de andere hand naar de hond brengt – wat een mooi beeld, denk ik, terwijl ik het in gedachten voor me zie.

‘Ik ken de bewoners allemaal bij naam. Sommigen raken steeds dieper in hun eigen wereld. Dan moet je ze even wakker maken. Hun naam noemen, aanraken, en samen focussen op de hond. Jip gaat graag uit zichzelf naar iemand toe, bijvoorbeeld als iemand begint te huilen, dan legt hij zijn kop op schoot of likt hij aan de hand van degene die verdriet heeft. Huilen komt voor doordat mensen emotioneel ontregeld zijn en doordat ze ondervinden dat ze niet meer kunnen praten, maar alleen brabbelen.
Soms loop ik even met iemand samen met Jip naar de kamer van die persoon. Een man vindt dat heel leuk. Hij laat zijn eigen kamer zien, met een bank en een stoel en eigen spulletjes. Daarna lopen we weer terug naar de groep.
Jip gaat wel eens vóór iemand staan met zijn snuit tussen de benen van diegene en dan kan die persoon hem heel gemakkelijk over zijn kop aaien. Dat is een grappige gewoonte van Jip, die goed van pas komt bij de bezoekjes.
Ik laat bewoners ook hondenkoekjes geven aan Jip. Dan moet ik wel opletten dat iemand het koekje niet zelf opeet.’

Wat doet een bezoek met de bewoners?

‘Het zijn kleine dingetjes waarmee je een beetje activiteit bij de mensen teweegbrengt. Een sprankje plezier. Een beetje controle over de hond geeft hun een goed gevoel. Je moet niet al te hoge verwachtingen hebben bij deze groep, want de dementie schrijdt voort. Een paar minuutjes alertheid per persoon is al heel wat. Ze kunnen snel overprikkeld raken. Het is zoeken naar een evenwicht.’

Is er een begeleider bij?

‘Soms is er een begeleider in de huiskamer, maar ik ben ook wel eens alleen met de bewoners. Ik kan dat wel aan, maar je moet gewend zijn met deze bewoners te werken. Ze kunnen boos zijn, agressief of teruggetrokken. Ik ken het hele proces van dementie van dichtbij want een zus van mij heeft het ook gehad, het begon rond haar zestigste. Ze is een paar jaar geleden overleden. Ik weet – helaas – alles van dementie.’

Ik begrijp ineens Ankie’s motivatie om met deze groep mensen te werken. ‘Mooi dat je op deze manier iets kan betekenen voor mensen met dementie,’ zo houd ik haar voor. Ankie bevestigt dat dit inderdaad alles met elkaar te maken heeft. ‘Ik wilde iets doen voor Alzheimer patiënten, een beetje helpen, een stukje geluk brengen. Grapjes maken, dat deed ik ook met mijn zus. Dan maak je op een dag even ’t verschil. En Jip helpt daaraan mee.’

Wat vindt Jip van de bezoeken?

‘Hij vindt het gewoon heerlijk om onder de mensen te zijn. Hij houdt ervan om ergens op bezoek te gaan. Op de heenweg wandel ik met hem door het bos, en dan zijn we een half uur tot een uurtje binnen en dan wandelen we weer terug. Hij begroet iedereen die op zijn pad komt, buiten én binnen. In de huiskamer gaat Jip ook gewoon op de bank liggen of naast iemand op de bank zitten. Dat kan allemaal. Een mevrouw wilde niks weten van Jip, en hij laat zo iemand dan ook echt met rust. Soms hoor ik wel eens van familie (volwassen kinderen) die in de huiskamer aanwezig is dat vader of moeder vroeger bang was voor honden en dan blijkt dat dat nu niet meer zo is. Familie vindt het altijd leuk als ik er met Jip ben.’

‘Ik ben ook met Jip naar een bijeenkomst geweest in Groesbeek, bij een club vrouwen waarvoor Judith een presentatie over DMD gaf. Daar was Vikkie van Micha ook bij, en dat ging goed samen.
En vorige week ben ik met Jip en met Micha en Vikkie naar Ede geweest, voor de eerste keer. Daar werken we met jongeren, dus dat is weer heel anders. Daar kun je ook met de kinderen buiten lopen en spelletjes spelen met de hond. Van oorsprong kom ik uit de zorg, ik heb heel lang in de jeugdzorg gewerkt. Ik heb aardig wat ervaring in de omgang met jongeren.’

Wat een verrassende wending in het gesprek, zo schiet door me heen. Ankie blijkt van alle markten thuis, van jong tot oud. Het is altijd weer mooi om te horen wat mensen beweegt om dit werk te doen.

En Jip vindt jong en oud ook allebei leuk?

‘Bij oudere mensen gedraagt hij zich heel rustig. Op een of andere manier weet hij dat hij niet moet springen. Hij reageert niet op hard of onverwacht lawaai, bijvoorbeeld als iemand schreeuwt. Bij de jongeren in Ede is hij juist weer veel actiever. Hij past zich aan aan de sfeer, hij spiegelt. Dat is bijzonder om te zien.’

Heb je Jip van jongs af aan?

‘Jip wordt dit voorjaar acht jaar. Hij was zeven weken toen ik hem kreeg. Uit Beek. Alle teefjes van het nest waren al weg, er waren alleen nog een paar reuen. Ik ben er meteen heen gegaan met mijn dochter. Het was heel goed weer, dat voorjaar, dus de pups konden de hele dag buiten rondlopen in een ren. Jip was helemaal zindelijk toen hij bij me kwam, hij was gewend dat buiten te doen. Jip is een Friese Stabij. Als ik die naam noem, denk hij dat er een andere hond komt, en gaat hij blaffen.’

Bij het afluisteren van het opnamebandje komt die blaf inderdaad weer even bij me binnen…

Ankie vervolgt: ‘Ik heb hem zelf opgevoed. Hij is heel gezeglijk. Met andere honden gaat het ook goed. Soms jaagt hij een hond weg, Jipsoms bemiddelt hij. Als honden ruzie maken gaat hij ertussen staan, of er omheen lopen, afleiden. Hij wil overzicht hebben, de hele roedel in de gaten houden. Dat zit in het ras. Bijvoorbeeld tijdens de wandeling van DMD in september vorig jaar: toen ging hij ergens zitten op dat grote veld vlakbij hotel Erica zodat hij de groep van honden en baasjes kon overzien. Hij wil ook graag een groep vóór zich hebben, zeker als hij aan de riem zit. Dan gaat hij op de rem en moet ik langzamer lopen totdat we achteraan zijn beland.’

Jip komt bij mij langs en legt z’n kop op mijn schoot. Wat een mooie bruine ogen heeft hij. We    lopen naar buiten om een foto te maken. Met een handige beweging doet Ankie de bandana met DMD-logo om Jips hals. Jip heeft de primeur, hij is de eerste hond die ik met bandana fotografeer. Dat ziet er meteen heel duidelijk uit: hier loopt niet zo maar een hond!

Geef een reactie