Bono, ‘Onze hond!’

door Else Röder, voorzitter DMD
www.ervaringskennisinkaart.nl

 

Als ik door Yolanda word binnengelaten zijn Bono en z’n baas Harm nog even aan de wandel, want na dit gesprek is daar geen tijd voor: dan wordt er naar de tweede wedstrijd van het Nederlands elftal gekeken.
Weldra komt Bono binnen en hij begroet mij direct. Bono is een Labrador retriever, een zwarte reu, groot, ‘hoog op de poten’ aldus z’n bazin, acht jaar, en door zijn formaat beslist een aanwezige hond. Heel rustig en vriendelijk staat hij bij me en ontvangt geduldig mijn aaien over z’n kop en rug. Ik merk meteen: dit is een mensenvriend.

Hoe kwamen jullie in coBonontact met Dogs Make a Difference?

Yolanda: ‘Ik had een artikeltje in de krant gelezen over DMD. Ik dacht: we hebben zo’n lieve hond – misschien kan ik ook andere mensen blij maken met hem.
Ik herkende in het verhaal in de krant, wat honden kunnen doen bij mensen. Want dat had ik zelf ook meegemaakt met Bono, telkens als ik met hem mijn vader bezocht, toen het niet goed met hem ging. Ik merkte dat een hond heel veilig is omdat-ie niet direct vraagt hoe ’t met je gaat, maar gewoon vriendelijk aanwezig is en aandacht in de vorm van aaien fijn vindt.’

Harm: ‘We hebben allebei een druk bestaan, maar wilden toch een steentje bijdragen aan dit vrijwilligerswerk. Toen we kennismaakten met DMD kregen we langzaam maar zeker door hoe het werkt. We hebben nu onze vaste bezoekjes eenmaal per week. Inmiddels anderhalf jaar.’

Waar gaan jullie op bezoek?

Yolanda: ‘De ene week gaan we naar een groepswoning van een instelling in Groesbeek en de andere week naar een groep in een flat in Hatert.’

Harm: ‘Het zijn twee totaal verschillende groepen. In Groesbeek zijn de bewoners (tien mensen, drie huiskamers) redelijk zelfstandig, zetten zelf koffie en smeren hun brood, kunnen dingen vertellen, werken o.a. via Breed en gaan ’s ochtends vroeg de deur uit. Wij komen daar ’s avonds na het eten op bezoek, rond zeven uur en blijven tot acht uur – dan begint GTST en daar kijken ze altijd naar.
De groep in Hatert bestaat uit acht mensen die amper kunnen praten; sommigen zitten in een rolstoel, en er is een blinde vrouw bij; de meesten gaan naar een vorm van dagbesteding. Deze mensen woonden aanvankelijk ook in Groesbeek, maar zijn verhuisd naar Hatert, en die overgang hebben wij met hen meegemaakt.’

Hoe gaat zo’n bezoek?

Yolanda: ‘Bono loopt rond in de huiskamer en ik zit meestal op de bank. Bewoners aaien Bono en ondertussen luchten ze hun hart of vragen me om raad. Bijvoorbeeld, iemand vertelde me een keer dat hij bang was voor een aanstaande operatie en dan zeg ik dat de dokters heus wel weten wat ze doen. Anderen haken er op in: “Zie je wel, Yolanda zegt ook dat het goed is…”.’

Harm: ‘Sommige bewoners zijn eerst wat afhoudend naar Bono, maar na twintig minuten is dat over. Anderen aaien Bono meteen. Dat soort dingen weet je na een paar bezoeken.
Bono wil door iedereen geaaid worden, dus als iemand hem niet aait dan gaat hij des te harder staan kwispelen naast die persoon. Dat moet je een beetje in banen leiden en dat leer je in de praktijk.
In Groesbeek lopen we altijd met Bono mee van de ene huiskamer naar de andere. Er is ’s avonds niet veel begeleiding, en soms zijn er ineens nieuwe mensen die Bono nog niet kennen.’

Yolanda: ‘Harm en ik hebben tijdens een bezoek een mooie match met elkaar, want Harm is vooral bezig met de hond en wat de bewoners met hem doen, en ik ben er voor de sociale contacten met de bewoners. Dat gaat mooi samen.’

Harm: ‘Bij één bewoner krijgt Bono altijd een paar stukjes fruit. Dat is zo gegroeid, omdat deze man altijd ’s avonds z’n lunchtrommeltje voor de volgende dag in orde maakt. Ik heb laten zien hoe hij een stukje fruit tussen z’n vingers kan houden en het in de mond van Bono kan stoppen. Bono houdt erg van fruit en pakt zo’n stukje met zijn tandjes. Bono weet precies waar hij zijn stukje appel of peer kan krijgen.’

Yolanda: ‘Er was een keer in de groep in Groesbeek iemand op bezoek, uit een andere instelling. De bezoekster zat een beetje naar Bono te kijken – zo van: moet dat nou, zo’n grote zwarte hond… maar iedereen riep: “Dat is Bono, die komt hier al jaren, die is helemaal niet eng!”’

Harm: ‘En ze riepen: “Dat is onze hond!”’

Yolanda: ‘Soms lachen we samen met bewoners om hun uitspraken. Iemand zei een keer met harde stem: “Er zijn mensen die binden een hond aan een boom, wist je dat? Doen jullie dat ook?”’

Harm: ‘Iemand vroeg me eens: “Kom je op mijn verjaardag? Ik heb geen emoties maar ik ben wel blij als je komt.”’

En hoe gaat het bij de bewoners in de groep in Hatert?

Harm: ‘Aan bepaalde signalen zie ik dat iemand het leuk vindt dat Bono er is. Een blinde die zit te kleuren en ons hoort praten, gaat met haar hand op zoek naar Bono, en dan wordt ze helemaal blij.
Voor ons was het nieuw om met gehandicapten om te gaan. We wisten in het begin niet goed: is deze persoon er wel van gediend als ik hem of haar op de ene of op de andere manier benader?
Bijvoorbeeld een bewoonster in een rolstoel wilde eerst niets hebben van Bono, ze was boos op iedereen en alles, afwerend, maakte slaande bewegingen. Op een goeie dag kwam ze naar de hond en aaide hem. De keer daarop wilde ze de riem vasthouden. Goed – ik gaf haar een stuk van de riem. Samen ‘lieten we Bono uit’, op de gang. Een volgende keer was het meteen: “Mag ik de riem?”
Sommige bewoners heb ik geleerd om hondensnoepjes te geven aan Bono. Vlakke hand, snoepje erop en dan sabbelt Bono het er vanaf. Marieke heeft het ook geleerd, met een stukje kaas. Dat had ik in mijn overhemdzakje zitten. Bij haar gaat alles met gebaren. Als ze wijst naar mijn overhemdzakje, weet ik precies wat ze wil.’

Yolanda: ‘Er zijn ook confronterende dingen. Er was een bewoner waar ik in het begin bang voor was – agressieve uitstraling, hard praten, dat. Zijn gedrag riep bij mij weerstand op. Ik wou niet meer naar die afdeling. Maar er zaten ook twee mensen die het bezoek leuk vonden, dus ik zette me erover heen. Daarna was de man weer wel aardig. Ik heb ervan geleerd dat ik zijn gedrag niet op mezelf moet betrekken. Hij is nu eenmaal af en toe zo, naar iedereen toe.
En nog iets dat we geleerd hebben: als het bezoekuur ten einde loopt, zeggen we: “de hond moet rusten.” Of: “de hond gaat slapen, de hond is moe.” Dat snappen ze meteen en dan kun je het bezoek goed afronden.’

Uit hun verhalen blijkt duidelijk dat Yolanda en Harm in de loop van hun bezoeken veel ervaringskennis hebben opgebouwd over hun omgang met de bewoners en met de hond richting bewoners. Heel mooi om te horen.

Wat doen de bezoeken met jullie?

Yolanda: ‘Je hebt altijd wel eens iets aan je hoofd in je eigen leven, zaken die je bezighouden, maar als je met Bono op bezoek bent geweest dan ben je een tevreden mens bij thuiskomst. Je geeft wat en je krijgt er veel voor terug. Ik wist vooraf niet of ik dit werk leuk zou vinden; dat is langzaam maar zeker zo gegroeid. Want je maakt mensen blij met zo iets eenvoudigs.’

Harm: ‘Ik had vooraf bedacht dat je naar de mensen toe gaat, ze aaien de hond en dat is het. Maar het is veel meer dan dat. Je krijgt een band met bewoners. De rode draad in het verhaal is: een bezoek met Bono is leuk voor de bewoners, Bono houdt van de aandacht, en het is leuk voor ons want je hebt contact en je leert elkaar kennen.
Op een gegeven moment ga je erheen met de vraag: Hoe zou het met Pim zijn want die zou een onderzoek krijgen… Of: Maarten zat ergens mee, hoe zou ’t nu gaan…? En Klaas liet merken dat hij eraan twijfelde of hij die verhuizing naar Hatert wel wilde. De verhuizing werd ook nog uitgesteld en dat leverde de nodige spanning op. Je vraagt je dan af: Hoe zou het nu met hem gaan? Ja, het blijft boeien.
We krijgen allebei een positieve boost van de bezoeken, ook al hebben we wel eens geen puf na een drukke werkdag. We gaan dan toch en beleven altijd plezier en krijgen er altijd weer goeie zin van.’

Nog zo iets moois: Harm en Yolanda hebben gemerkt dat bewoners aan andere mensen over Bono vertellen. Dat Bono onderdeel wordt van de verhalen die ze hebben.

Yolanda: ‘Als we in Groesbeek onze auto parkeren en uitstappen, dan zien wij  aan Bono’s gedrag dat hij het leuk vindt. Hij loopt direct door naar de voordeur. In Hatert moet hij de lift in – daar is hij nu ook wel aan gewend – maar dat is toch anders. Koppie scheef, geluiden van de lift. In Groesbeek kun je ook even gemakkelijk de tuin in. Bono vindt het allemaal prima.’

Bono ligt inmiddels aan m’n voeten, hij is de rust zelve, een zonnetje in huis.
Als ik terug naar huis rijdt in de auto, langs lange linten oranje fietsers richting het centrum, overdenk ik het gesprek: Harm en Yolanda zijn bijzonder trouwe vrijwilligers samen met hun evenzo trouwe viervoeter Bono.

NB Namen van bewoners zijn om privacy redenen niet hun echte namen.

Foto Yolanda harmfoto verhaal Yolanda 1

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie