Binky heeft een roeping

door Else Röder, voorzitter DMD
www.ervaringskennisinkaart.nl

Te midden van drie honden, de Bordercollies Binky en Jady en boomerhond Boomer, zit ik comfortabel aan de koffie in de huiskamer van Grady, waar het zonlicht door glas-in-loodraamjes naar binnen straalt. Beide Bordercollies dringen om mij heen, bereid om te spelen – zo zie ik in hun pretogen. Grady is intussen al aan het vertellen over haar belevenissen bij de dagopvang waar ze heen gaat met Binky. Want Binky is de hond waarmee zij bezoeken brengt vanuit DMD.

Binky heeft een roeping
‘Vorig jaar mei-juni zocht ik vrijwilligerswerk. Ik volgde al jaren de   ontwikkelingen in Amerika over wat ze daar bereiken met         honden in ziekenhuizen. En ik volgde ook de Dog Whisperer, Cesar Millan, die over de hele wereld bekend is om zijn werk met honden.
Ik heb contact opgenomen met Judith en een intakegesprek gehad. Enige weken daarna ging ik met Binky naar de testdag, in de Meijhorst. Ik liep het wijkcentrum binnen, tussen de schuifdeuren door, en Binky stond ook op het punt om naar binnen te lopen. Hij zag de glimmende vloer en daar heeft hij moeite mee. Ik liep ietsje voor hem uit maar hij bleef stilstaan en de schuifdeuren gingen weer dicht. Ik stond aan de ene kant en hij aan de andere kant. De deur ging wel weer meteen open, maar Binky was erg geschrokken en al sowieso bang voor gladde vloeren. Dus dat was einde oefening. Uiteindelijk is hij wel naar binnen gegaan, de grote hal in. Tijdens de test hebben we eenvoudige oefeningen gedaan, om te kijken of hij naar mensen toe liep. Hij wil altijd naar iedereen toe, hij zegt iedereen gedag.
Ondanks die spannende start is Binky goedgekeurd.’

Waar ga je met Binky op bezoek?
‘We gaan naar een dagopvang voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Gelukkig is de vloer van die locatie een beetje versleten en in ieder geval niet glanzend. Binky is er nu aan gewend.
Sommige cliënten hebben een hoog niveau, andere zijn meervoudig gehandicapt. Sommigen zitten in een rolstoel. Cliënten helpen bij de huishouding, maken voorwerpen of doen mee aan andere activiteiten, afgestemd op hun mogelijkheden.
Als ik met Binky bij de voordeur aankom, komt er meestal een cliënt op ons toelopen om Binky naar de bezoekgroep te begeleiden. We lopen langs andere groepen en dan komen er ook al mensen op ons af.’

‘Bij de bezoekgroep zitten zes tot tien cliënten klaar, in een halve cirkel.
Dan klinkt ’t: Ah, Binky is er, Binky! Binky! Iedereen kent Binky en Binky kent inmiddels ook iedereen. Hij gaat netjes een voor een bij iedereen langs. Een cliënt zit op een dik kussen op de grond, daar gaat Binky heel voorzichtig naartoe. Dat is zo mooi om te zien. Een ander zit in een rolstoel – bij hem zet ik Binky op tafel, zodat de jongen hem gemakkelijk kan aaien. Alle cliënten komen gedurende het bezoek ook tweemaal naar Binky toe, als hij op tafel zit. De een aait hem, de ander doet volledig zijn armen om hem heen en weer een ander aait voorzichtig en geeft ’m een klein kusje op z’n hoofd. Zo knuffelen ze met hem, ieder op zijn of haar eigen manier.’

‘Als iemand een bal heeft gegooid gaat Binky uit zich zelf de bal ophalen en legt hem weer neer voor degene die hem gooide. Als er iemand uit een andere groep komt kijken, loopt Binky meteen naar diegene toe en legt iets voor zijn of haar voeten neer. Ik houd me rustig op de achtergrond en dan is er meteen contact tussen de hond en die cliënt. Dat loopt altijd gesmeerd. Binky nodigt iedereen die hij tegenkomt uit om hem te aaien en te knuffelen, hij is naar iedereen vriendelijk, ondanks dat er wel eens een oor is omgedraaid. Hij gaat helemaal in de zachte modus. Je ziet gewoon dat hij ’t snapt bij deze bijzondere mensen.’

‘Bordercollies leren gemakkelijk en ik kan met Binky dus ook trucjes doen. Bijvoorbeeld de high five, of ik zeg: “ZIT”, en hang een rubberen ring om zijn snuit en tel, “één, twee, drie”, dan floep ik de ring in de lucht en dan vangt Binky hem op met zijn bek. Cliënten mogen altijd zo’n trucje nadoen. Ze weten dat ze eerst ZIT moeten zeggen tegen Binky. Ook al schreeuwen ze, dat maakt hem niets uit. Hij blijft rustig.
Iedere cliënt heeft een favoriet speelgoedding om weg te gooien. Ik heb bijvoorbeeld een paar van die grote pluche ballen bij me. Die zijn ideaal om weg te gooien of te verstoppen: Binky zoekt de bal altijd op. Dan heb je plezier in de groep, en is het joelen, gillen en lachen.
Ik heb ook een zachte bal met een rinkeltje, want er is een blinde cliënt in de groep. Ik moest wennen om met hem om te gaan, maar nu kan ik tegen hem zeggen: “draai maar naar de tafel toe, hier ben ik” en dan zoekt hij met zijn hand de kop van Binky, om hem te aaien.’

‘Er is een cliënt die in het begin alleen maar even kwam kijken. Elke week werd hij iets nieuwsgieriger. Inmiddels blijft hij de hele bijeenkomst. Hij vraagt (met gebaren) nu zelfs of hij de bal mag pakken en aan Binky mag geven. Op zo’n moment moet ik ’t laten gebeuren, want dan gaat Binky automatisch naar hem toe. Ja, dan gebeurt er iets moois.
Een ander, met een beperkte fijne motoriek, heeft geleerd om een brokje in zijn hand te houden en de hand onder de bek van Binky te brengen; dan neemt Binky het brokje uit zijn hand. Dat zijn de mijlpalen die je ziet. Binky doet dat met een heel zachte bek. Als iemand een brokje geeft maar een beetje bang is en daardoor toch zijn hand terugtrekt zal Binky er niet achteraan happen: hij wacht rustig tot het brokje weer naar hem toekomt.’

‘Aan het eind van het bezoek, na ongeveer een half uur, hebben we een afsluitende activiteit met de drinkbak die speciaal voor Binky is aangeschaft. Dan mag een van de cliënten water geven. Dat werkt heel goed, want als Binky tussendoor drinkt, heeft hij nogal een natte bek en dat vinden sommigen vies.
Er zijn ook cliënten die Binky aan het eind van het bezoek naar de uitgang mogen brengen. Ze vinden het geweldig dat ze dan de leiding over hem hebben.’

‘Als het mooi weer wordt wil ik met Binky ook buiten (behendigheids-)oefeningen gaan doen, samen met cliënten. Er is genoeg ruimte in de tuin bij de dagopvang.’

‘Met Binky heb ik ook een aantal bezoeken gebracht bij een GGZ-instelling, met jongeren; ik kwam daar als invaller van Micha en Judith, toen zij vorig najaar op reis waren. Daar heb ik vaak met de zwiepbal gespeeld, buiten. Dat vonden de jongeren geweldig.’

Intussen zijn Binky en Jady net iets te enthousiast aan het robbedoezen met elkaar, vlak voor mijn voeten. ‘Dat doen ze anders nooit zo,’ legt Grady mij uit. Het lijkt of ze doorhebben dat er over hen gesproken wordt… Grady roept hen een voor een tot de orde, en beide honden luisteren goed en houden zich direct koest.

Wat doet het bezoek met de cliënten?
‘Het gaat om contact, om plezier hebben met elkaar, om knuffelen, iets samen doen. Belangrijk is ook het wegnemen van angst voor honden. En ik kan hen dingetjes leren. Maar op de eerste plaats staat het plezier voor de cliënten. Dát is waarvoor je ’t doet.’

Wat vindt Binky ervan?
Binky doet ’t zo goed tijdens de bezoeken. Als een hond een roeping kan hebben… Binky heeft echt alle papieren voor dit werk!

Wat brengt het jou, om dit werk te doen?
‘Lange tijd geleden ben ik ziek geworden, waardoor ik uiteindelijk arbeidsongeschikt werd. Daarvóór heb ik jarenlang gewerkt in het middelbaar beroepsonderwijs. Ik gaf les aan groepen jongeren, die gingen werken met autisten, mensen met een verstandelijke beperking en moeilijk opvoedbare kinderen. Nu kom ik samen met Binky weer in de doelgroepen waar ik vroeger mijn lessen over gaf. Het past dus precies bij de belangstelling die ik altijd al had.
Bij iedere cliënt bereik je weer andere dingen, en ja, dat was mijn vakgebied. Ik leerde leerlingen hoe ze moesten omgaan met cliënten. Waar kun je komen met een cliënt en hoe doe je dat? Dat vind ik nu ook het boeiende van dit werk, om te kijken wat je een cliënt kunt leren met de hond, bijvoorbeeld in de motoriek of in het onderling contact. En ook dat cliënten elkaar voor laten gaan of helpen of elkaar juist betuttelen. Bijvoorbeeld wanneer een cliënt tegen me zegt: “hij kan geen brokjes geven, dat doe ik wel even,” leid ik dat in goede banen zodat iedereen er wat aan heeft.
Ik vind het fijn om dit vrijwilligerswerk te doen, want zo kan ik nu toch weer iets betekenen voor anderen.’

De drie honden zijn inmiddels aan hun dagelijkse wandeling met Grady toe. Straks gaan ze, hup, de auto in en naar het bos. Dan mogen ze genieten en dollen met elkaar, met hun kop in de voorjaarszon en de frisse wind. Heerlijk!

Geef een reactie